Breda, een stad met een rijke historie



Nieuws

'80-jarige oorlog'

28-05-2014 08:57
Het deelonderwerp 80-jarige oorlog is uitgewerkt en gepubliceerd door Songa. Heeft u vragen of...

Het Turfschip van Breda

In 1568 waren de Nederlanden in opstand gekomen tegen het schrikbewind van de hertog van Alva. Dit leidde in 1581 tot de officiële onafhankelijkheidsverklaring en in 1587 tot de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Als reactie hierop begonnen de Spanjaarden met een offensief. Breda werd vrijwel direct ingenomen. En nadat Willem van Oranje was vermoord in 1984 leek het een kwestie van tijd voordat de opstand onderdrukt zou zijn. Prins Maurtis nam het commando over de troepen over, maar zijn leger was te zwak om Breda te heroveren. Na de vernietiging van de Spaanse Armada hadden de Spanjaarden een dusdanige tegenslag opgelopen dat zich voor prins Maurits nieuwe mogelijkheden werden geopend. 
    In februari 1590 werd prins Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen. Het was zij plan om de stad in te nemen; als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd bij binnenkomst. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit idee kwam van de oude Grieken het Paard van Troje.
    Prins Maurits vond dit een goed idee en hij liet Johan van Oldenbarnevelt alles regelen. Van Oldenbarnevelt benoemde Charles de Héraugière tot bevelhebber.
    Op 25 februari 1590 stond De Héraugière samen met 75 man klaar om ingescheept te worden. Alleen had  Adriaan van Bergen had zich verslapen, waardoor hij veel te laat kwam, dus toen werd er werd besloten een nieuwe poging te wagen op de volgende dag. Dit keer zag van Bergen de operatie niet meer zitten en hij trok zich terug. Twee neven waren toen bereid om de taak over te nemen. 
    De operatie verliep met een aantal tegenslagen. Door het slechte weer duurde het ruim twee dagen voordat Breda bereikt werd. Al die tijd zaten de soldaten in de kou te wachten. Op de avond van 3 maart werden de grachten van Breda binnengevaren. Het schip werd door Adriaan van Bergen naar de waterpoort van het Kasteel geloodst. Eenmaal binnen Breda dreigde een ramp: bij een botsing raakte het schip lek en slechts door hard te pompen werd voorkomen dat het schip zonk.
    Rond middernacht kwamen de soldaten tevoorschijn uit het ruim. De bezetters van het kasteel werden compleet overrompeld. Hoewel ze zes keer zo veel mannen hadden, vluchtten de bezetters weg of werden ze gevangengenomen. Andere lezingen van het verhaal zeggen dat het kasteel van Breda op dat moment een minimale bezetting had, doordat de Spanjaarden in de stad carnaval vierden. Op 4 maart trok prins Maurits Breda binnen, waarna de bezetters zich definitief overgaven. De Spanjaarden probeerden direct de stad weer te heroveren, maar door kordaat ingrijpen van Van Oldenbarnevelt, die de stad direct liet bevoorraden, werd dat voorkomen.
    De inname van Breda vestigde definitief Maurits' reputatie als krijgsheer. De Staten-Generaal besloten meer geld voor het leger ter beschikking te stellen, waardoor er in de volgende jaren meer successen zouden volgen.

Ook zijn er enkele voorbeelden van overblijfselen van deze gebeurtenis in Breda: Het turfschip, Adriaan van Bergenstraat en een beeld van Adriaen van Bergen dat zich bevindt bij het stadhuis van Breda. 

 

Beleg van Breda 

In 1624 besloot Ambrogio Spinola dat hij de strategisch gelegen stad Breda wilde heroveren. Omdat Spanje de stad was kwijt geraakt door de list met het Turfschip, maar ook omdat hij in 1622 het Beleg van Bergen op Zoom had moeten opgeven.
    Het Spaanse moest op de been gehouden worden door lange en dus kwetsbare bevoorradingslijnen. Maurits, en na zijn dood in 1625, Frederik Hendrik hadden geprobeerd deze bevoorrading te verstoren, maar door de goede verdediging van Spanje slaagde dit niet. Door dezelfde verdedigingswerken werd de stad bijna onbereikbaar voor steun van buitenaf. Na een beleg van elf maanden moest de stad zich overgeven door het gebrek aan voedsel bij de inwoners van Breda. Door dit gebrek van voedsel waren er veel zieken en hoge sterftecijfers. Ook de manschappen moesten betaald worden om te voorkomen dat zij hun werk niet meer zouden doen, daarom moesten de burgers van Breda hun zilver inleveren en werd het garnizoen betaald met het zogenaamde noodgeld.
    In juni 1625 liet Frederik Hendrik de stad weten dat zij zich over mochten geven en de gouveneur van Breda, Justinus van Naussau onderhandelde over het overgeven aan de vijand.  Al zijn verzoeken werden ingewilligd, met uitzondering van het verzoek om binnen de stad godsdienstvrijheid te mogen houden. Een aantal dagen na de overgave verlieten de manschappen de stad. Hierna kwamen velen maatregel om het katholicisme weer terug te laten keren, zoals katholieke bestuurders en het bevolken van de kloosters. 
 
In 1637 besloot Frederik Hendrik dat er een einde moest komen aan de Spaanse controle over Breda, en hij liet op 21 juli de eerste aanval op de stad uitvoeren door Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz. Deze aanval slaagde echter nog niet.
    Twee dagen later bereikte Frederik Hendrik zelf met zijn troepen Breda en hij omsingelde de stad. Deze omsingeling duurde 52 dagen. Uiteindelijk gaf de stad zich op 6 oktober over. Op 11 oktober vertrok het bezettingsleger naar Mechelen.
    Gedurende dit Beleg van Breda werd het Kasteel Bouvigne gebruikt als Hoofdkwartier door Frederik Hendrik.
 
Enkele voorbeelden van de overblijfselen van de komst van Spinola: Spinolaschans, café-restaurant Spinola en Kasteel Bouvigne.
 

 


Fotogalerij: 80-jarige oorlog